Woonbeleving gaat over hoe bewoners hun woning, straat en buurt dagelijks ervaren. Met een derde woonbelevingsonderzoek onder huurders houdt Veluwonen opnieuw scherp zicht op wat goed gaat en waar aandacht nodig is. Wat valt op, waar schuurt het en waar liggen juist kansen? We vroegen Dorien Bosch, beleidsadviseur Wonen, naar de belangrijkste inzichten, de effecten van eerdere verbeteracties en hoe de uitkomsten richting geven aan de aanpak in de wijken. En natuurlijk vroegen we ook naar tips vanuit haar ervaringen met dit onderzoek.
Wat viel in dit derde onderzoek het meest op of verraste jullie?
De meest opvallende uitkomst vonden wij dat de tevredenheid over de woning door de jaren heen redelijk stabiel blijft, terwijl de waardering voor de buurt en de woonomgeving onder druk staat. Bewoners zijn over het algemeen nog steeds tevreden over hun woning en woonomgeving. Wel geven ze aan dat zij zorgen hebben over bijvoorbeeld overlast, criminaliteit en de uitstraling van de buurt. Daarnaast viel op dat het aandeel bewoners dat vochtproblemen ervaart relatief hoog is gebleven.
Welke trends zien jullie als je de resultaten over de jaren vergelijkt?
In het algemeen valt op dat het fijn wonen is in de dorpen. Als we verder inzoomen zie je wel verschil tussen buurten. In een aantal buurten blijft de woonbeleving stabiel, terwijl in andere buurten de tevredenheid afneemt. Vooral de waardering voor de woonomgeving staat onder druk. Tegelijkertijd blijft de tevredenheid over de woning op veel plekken redelijk op niveau, ondanks zorgen over onderhoud, isolatie en vocht. De vragen over de betrokkenheid in en bij de buurt zijn nieuw dit jaar waardoor we de ontwikkeling nog niet in kaart kunnen brengen.
Welke concrete verbeteringen zien jullie terug van eerdere maatregelen?
Een mooi voorbeeld is de investering die we de afgelopen jaren hebben gedaan in de achterpaden. Uit eerdere onderzoeken bleek dat bewoners aandacht vroegen voor de veiligheid, uitstraling en het gebruik van de achter- en zijpaden. Daarom hebben we op verschillende plekken achterpaden opgeknapt en verbeterd. Die buurten scoren nu beter op dat onderdeel.
Nieuw in dit onderzoek is het inzicht in hun huurders kijken naar onderlinge betrokkenheid binnen buurten. Wat valt jullie daarin op?
Veel bewoners zijn bereid om iets voor hun buurt of voor elkaar te betekenen als daar een concrete aanleiding voor is. Dat vinden wij een belangrijke uitkomst. Het laat zien dat er nog steeds veel potentieel aanwezig is in buurten, maar dat bewoners ondersteuning, verbinding of een zetje nodig hebben om daadwerkelijk in actie te komen.
Hoe vertalen jullie de resultaten naar concrete acties?
De resultaten helpen ons om keuzes beter te onderbouwen. Ze geven inzicht in welke buurten extra aandacht nodig hebben. Dit noemen wij focusbuurten. Nog dit jaar gaan we aan de slag in de eerste focusbuurt. De uitkomsten gebruiken we daarnaast als basis voor het gesprek met de buurtbewoners. Uiteindelijk pakken we de komende jaren 10 focusbuurten aan. De aanpak verschilt per buurt, afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek en het gesprek met buurtbewoners. Uiteraard gebruiken we het onderzoek ook als basis voor gesprekken met gemeenten, welzijnsorganisaties en andere partijen, zodat we gezamenlijk kunnen werken aan prettig wonen en sterke buurten.
Welke tips heb je voor corporaties die ook met woonbeleving aan de slag willen?
Zie woonbeleving niet alleen als een meetinstrument, maar als een hulpmiddel voor het gesprek met bewoners. Kijk niet alleen naar gemiddelden, maar juist naar verschillen tussen buurten en doelgroepen. Herhaal het onderzoek regelmatig, zodat ontwikkelingen zichtbaar worden en effecten van maatregelen gevolgd kunnen worden. En misschien wel het belangrijkste: combineer de cijfers altijd met gesprekken in de buurt. De cijfers laten zien waar iets speelt, maar bewoners vertellen waarom het speelt en wat er nodig is om het te verbeteren.