Zorgvuldig bepalen doelgroep belangrijk voor goed onderzoek

In de vorige blog over het doen van onderzoek ben ik ingegaan op het formuleren van een scherpe onderzoeksvraag. Een belangrijke volgende stap: wie is eigenlijk je doelgroep?

Een aantal vragen die je kunnen helpen:

  1. Omschrijf de doelgroep van je onderzoek: wie kan het beste antwoord geven op mijn onderzoeksvraag?
  2. Hoe groot is deze zogenaamde onderzoekspopulatie?
  3. Op welk niveau moeten mijn resultaten representatief zijn en hoe groot zijn deze deelpopulaties?
     

Wie ga je bevragen? 
Het antwoord op de eerste vraag heb je nodig om te bepalen of je met een specifieke methode geen deel van je doelgroep uitsluit. Stel je wilt weten of huurders voortaan een digitale nieuwsbrief willen ontvangen, maar je kiest voor online onderzoek. Dan sluit je hiermee een groep huurders uit die geen gebruik maakt van het internet en dat geeft een vertekend beeld.

Omvang populatie
Het antwoord op de tweede vraag heb je nodig om te bepalen of je populatie groot genoeg is om een bepaalde methode in te zetten. Het is namelijk zo: als je een kleine onderzoekspopulatie hebt, dan moet je een relatief groot deel van de populatie bevragen om representatieve uitspraken te kunnen doen. Wat de gewenste steekproef moet zijn (het aantal waarnemingen in je onderzoek) kun je berekenen op websites als deze. Bij een kleine populatie wordt het lastig om deze gewenste steekproef met alleen online onderzoek te halen. De respons ligt vaak, afhankelijk van het onderwerp, tussen de 15 en 40%. Vaak is er aanvullend nog ander onderzoek nodig (telefonisch of face-to-face) om de respons te verhogen en betrouwbare uitspraken te kunnen doen.

Groepen binnen de populatie
Het antwoord op de derde vraag heb je nodig, omdat soms de gehele populatie groot is maar je uitspraken wil doen over groepen binnen de populatie.

Voorbeeld: een corporatie wil van haar huurders in alle complexen weten hoe tevreden ze zijn met de woning, buurt en de leefbaarheid. En wil resultaten op complexniveau gebruiken. Als je 80 complexen hebt dan zijn dat als het ware 80 deelpopulaties en daar bereken je afzonderlijk de gewenste steekproeven voor. Oftewel; hoewel de totale populatie in omvang niet verandert, maken de deelpopulaties dat je veel meer respons nodig hebt om op dit niveau uitspraken te doen.

Ook hier geldt dan natuurlijk dat het bij kleine deelpopulaties lastig wordt om de gewenste respons te halen zonder alternatieve methoden.

In de volgende blog ga ik verder in op het kiezen van de juiste onderzoeksmethode; welke methodes zijn er en hoe kies je de juiste?

Ook interessant